Licht en lucht in kantoren en arbeidsplaatsen

apr 2016

Wijziging van het KB arbeidsplaatsen en kantoren

In 2012 werden een aantal artikels uit het ARAB geschrapt bij het overzetten naar de Codex. Hieruit verdwenen onder andere de lux-waarden voor verlichting en de relatieve vochtigheid voor de verluchting. Met past dit nu opnieuw aan met uiteraard ook een wijziging op vlak van EPB. Niet enkel aan de luchtvochtigheid worden nu eisen gesteld maar ook aan het CO2-gehalte. Bij woningen zijn nog geen eisen naar CO2-gehalte, indien toch een sensor wordt geplaatst, dan zorgt dit voor een sterke daling op vlak van E-peil.

 

Hoeveelheid licht

Het KB van 2012 wordt verduidelijkt, onder andere op vlak van verlichting. Tot nu toe moest een risicoanalyse uitgevoerd worden om de hoeveelheid licht te bepalen. Dit moest er voor zorgen dat ongevallen door de aanwezigheid van voorwerpen of hindernissen en vermoeidheid van de ogen werden voorkomen. Hierbij liet men de werkgever vrij om de normen NBN normen toe te passen of de voorschriften van de Minister van werk. Deze laatste voorschriften waren tot nu toe nog niet gepubliceerd.

 

Lux-waarden

In bijlage II van het KB worden deze nu wel opgenomen in de vorm van lux-waarden zoals we deze min of meer kennen uit het ARAB, namelijk in functie van het type werk. Er worden wel enkele andere belangrijke parameters vermeld zoals verblinding, kleurweergave-index en kleurtemperatuur. In het kader van noodverlichting is er een verduidelijking voor situaties waar werknemers bij het uitvallen van de kunstverlichting aan een verhoogd risico worden blootgesteld. Men wil bekomen dat men gepast het werk kan afsluiten door ten minste 10% van de normale verlichting te voorzien.

 

Verse lucht

Wat verluchting betreft, wordt het begrip “zuivere lucht” vervangen door “verse lucht” met het oog op het consequent gebruik van dezelfde termen. Er werd gekozen voor “verse lucht” vermits lucht in principe nooit volledig zuiver kan zijn. Verder wordt de verplichte 30 m³ lucht per uur en per werknemer vervangen door een na te streven CO2-gehalte. De werkgever moet technische of organisatorische maatregelen nemen om onder een CO2-concentratie van 800 ppm te blijven. De absolute grenswaarde van CO2 in deze werklokalen mag nooit hoger zijn dan 1200 ppm. Deze nieuwe bepaling is aangepast aan de huidige wetenschappelijke inzichten betreffende de gezondheidseffecten door een tekort aan verluchting en geeft de werkgever de mogelijkheid deze gemakkelijker te meten dan het ventilatiedebiet.

 

Luchtvochtigheid

Ten slotte wordt nog een oude ARAB-waarde terug uit de kast gehaald, de relatieve vochtigheid. Het streefdoel is voortaan om deze tussen 40 en 60 % te houden, tenzij dit om technische redenen niet mogelijk is. De werkgever mag hiervan afwijken tot een relatieve luchtvochtigheid tussen 35 en 70 % indien hij aantoont dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die een risico kunnen vormen voor de gezondheid van de aanwezige personen op de arbeidsplaats.

licht en lucht in kantoren en arbeidsplaatsen

Bronnen:

Belgisch staatsblad: Wettekst

Welzijn op het werk: Prebes

Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk: Advies 181

Contacteer ons per telefoon voor een vrijblijvende offerte 0497 53 84 10

Contacteer ons per mail voor een vrijblijvende offerte info@moduul.be